Het bestaan van het bovennatuurlijke kunnen we niet uitsluiten.

 

 

1. Inleiding

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1.1 Het bestaan van het bovennatuurlijke kunnen we niet uitsluiten.

Het is nooit bewezen dat er niet meer is dan ruimte (materie) en tijd.

Het bestaan hiervan mag dan ook niet worden uitgesloten.

 

In deze alternatieve beschrijving van omze oorsprong wordt (zoals evolutionisten / materialisten dat doen) het bestaan van iets bovennatuurlijks niet uitgesloten. De Big Bang wordt in principe al verklaard door iets dat buiten de natuur staat, dat wordt echter niet als zodanig benoemd. Het is bovendien nog nooit aangetoond dat er niets bovennatuurlijks bestaat. Er zijn veel argumenten vóór het bestaan van iets dat buiten de natuur en de tijd staat.

Het feit dat het heelal en daarmee de tijd een begin heeft betekend dat er iets buiten deze dimensies van tijd en ruimte moet zijn dat dit alles in gang heeft gezet. Evolutionisten blijven krampachtig binnen de natuurwetenschap zoeken, maar natuurwetten kwamen er pas vanaf de Big Bang. In deze alternatieve beschrijving gaan we er vanuit dat er buiten de 4 dimensies van tijd en ruimte iets anders kan zijn, dat er een wetgever van de natuurwetten moet zijn, de natuurwetten die wetenschappers onderzoeken en gebruiken om de natuur mee te verklaren. De wetgever staat zelf echter buiten de natuur en kan dus niet door natuurwetenschappen beschreven of onderzocht worden.

Vergelijk het bovenstaande beperkte denken in de 4 dimensies eens met een beperkt denkende Flatlander:

 

1.2 Wat weten we en wat kunnen we weten over ons verleden?

Wat wij mensen denken te weten over het verleden is vaak een combinatie van waarheden en geloof. We kennen vaak niet de hele waarheid, en we vullen de rest dan vaak in met geloof. Zonder metafysica (vooronderstellingen/geloof) kunnen we niet tot kennis en wetenschap komen, evolutionisten hebben bijvoorbeeld de vooronderstelling gemaakt dat vele verschijnselen die we nu zien in het oneindige naar het verleden geëxtrapoleerd kunnen worden.

 

Bij een rechtszaak vraagt een rechter getuigen naar wat er in werkelijkheid precies gebeurt is. We geloven dat onafhankelijk van elkaar gegeven overeenkomende getuigenissen de waarheid vertellen. Deze methode is ook toe te passen op de geschiedenis en het ontstaan van de mens. Hierop is alternatieve beschrijving zoals deze in de volgende hoofdstukken wordt beschreven voornamelijk gebaseerd.

Overigens kunnen we zonder metafysica (vooronderstellingen/geloof) niet tot kennis en wetenschap komen. Er moeten eerst een aantal veronderstellingen worden gemaakt. Bijvoorbeeld: voor een driehoek maken we de veronderstelling dat de hoeken ervan opgeteld altijd 180 graden zijn (overigens gaat dit in het heelal niet op, daar zijn de hoeken van een driehoek soms meer en soms minder dan 180 graden). In de evolutieleer heeft men bijvoorbeeld de vooronderstelling gemaakt dat vele verschijnselen die we nu zien in het oneindige naar het verleden geëxtrapoleerd kunnen wordenZo zegt men dat radioactieve stoffen altijd evenredig zijn vervallen. Door deze aanname te maken komt men op zeer oude leeftijden voor gesteenten. Bij het alternatieve model maken we de veronderstelling dat er meer is dan alleen materie, dit zal ik kort toelichten in de volgende paragraaf.


kennis


1.3 Metafysica en materie

Indien je vanaf het begin het bovennatuurlijke uitsluit en het natuurwetenschappelijke model als paradigma maakt dan kan men dit model ook niet gebruiken om aan te geven dat er geen Schepper bestaat. Men maakt hierin een fout volgens de metafysica.

God bestaat volgens evolutionisten niet omdat je hem niet kunt 'meten'.

 

De wetenschap is er om de natuur te verklaren, het kan geen antwoord geven op de zaken die daaraan vooraf gaan. Toch proberen evolutionisten de wetenschap daarvoor te misbruiken. Waar evolutionisten er van uitgaan dat er niets anders is dan wat we kunnen waarnemen gaan we er in de alternatieve beschrijving vanuit dat er meer is dan wat we waar kunnen nemen. Er is in ieder geval 1 ding 100% zeker: we kunnen niet uitsluiten dat er niets is buiten de materie. Evolutionisten zijn naturalisten: ze geloven dat alleen wat je kunt meten echt bestaat en God is niet meetbaar met experimenten en daarom bestaat God niet.

Hoe moeilijk het ook kan zijn om voor te stellen dat er meer is dan slechts materie zo was het voor bijvoorbeeld iemand die 1000 jaar geleden leefde moeilijk voor te stellen dat iemand hem aan de andere kant van de aarde zou kunnen horen en zien door een apparaat als de tv. Zoals de man uit het voorbeeld het fenomeen TV nooit zou hebben kunnen geloven zo geloven evolutionisten niet in zaken die zij nu niet kunnen waarnemen.

Evolutionisten zijn trots op de wetenschap en de huidige kennis. Enige bescheidenheid zou echter op zijn plaats zijn. Er zijn nog zeer veel dingen die we niet begrijpen. Nieuw onderzoek wijst overigens uit dat buiten onze 4 bekende dimensies er waarschijnlijk veel meer dimensies bestaan, zie onder andere de volgende site: http://www.pbs.org/wgbh/nova/elegant/program.html.

 


1.4 De bewijsvoering voor het alternatieve model

 

De sterkste manier van bewijsvoering voor gebeurtenissen uit het verleden zijn getuigenverslagen.

 

 

De bestudering van de natuurwetenschap is dé manier van bewijsvoering voor evolutionisten. Wanneer we het hebben over het ontstaan van het leven dan hebben we te maken met zaken die in het verleden hebben plaatsgevonden. In de rechtspraak wordt als bewijslast voor historische gebeurtenissen vooral gebruik gemaakt van getuigenverslagen. De natuurwetenschap kan in sommige gevallen de aannemelijkheid van getuigenverslagen ontkrachten of versterken.

rechtbankDe sterkste manier van bewijsvoering voor gebeurtenissen uit het verleden zijn getuigenverslagen. Als diverse mensen onafhankelijk van elkaar voor een rechtbank bijvoorbeeld een schuldige van een bankoverval die ze hebben zien plaatsvinden aanwijzen acht de rechter dit als een zeer sterk bewijs.

 

Het ontstaan van de mens is net zo'n historische gebeurtenis. Als de mens over lange tijden geëvolueerd zou zijn dan zouden er bijvoorbeeld aanwijzingen over minder ontwikkelde "mensapen" verwacht kunnen worden in historisch overgedragen overleveringen. Deze zijn echter nooit gevonden. Meer hierover in het volgende hoofdstuk!